Nieuwsbericht

21 april 2023

Onlangs heeft de NZa laten weten dat zij voornemens is de tariefaanvraag Centering-Based Interactieve Prenatale Groepszorg (CB-IPG) goed te keuren. De KNOV heeft, samen met Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de afgelopen periode hard gewerkt aan deze aanvraag. Dat betekent dat er, naar alle waarschijnlijkheid, per 1 januari 2024 een tarief komt binnen de tariefbeschikking voor monodisciplinaire verloskunde. Dit tarief is bedoeld om de extra kosten van de groepsgerichte verloskundige begeleiding te dekken.  

Voor deze aanvraag is onder andere gebruik gemaakt van de effectiviteitsstudie van TNO naar de resultaten, kosten, kwaliteit etc. van deze zorgvorm. De afronding van de formele besluitvorming hierover vindt de komende weken plaats binnen de NZA, maar alle seinen staan ondertussen op groen om de extra verloskundige kosten, zoals door TNO onderzocht voor het CenteringZwangerschap model, te compenseren. Binnen de KNOV zijn we erg verheugd met deze stap, aangezien veel leden deze vorm van zorg al bieden, maar in de financiering nog tegen barrières aan liepen. Deze barrières zullen worden opgelost met dit nieuwe tarief. 

Wat is Centering- Based Interactieve Prenatale Groepszorg precies?  

Al in 2012 is CenteringZwangerschap door TNO én de KNOV in Nederland geïmplementeerd. Inmiddels is het aanbod van groepszorg in verloskundigenpraktijken gegroeid van drie praktijken in 2012 naar 39% van alle verloskundigenpraktijken anno 2023. Het zorgmodel kenmerkt zich door het combineren van verloskundige prenatale zorg en actieve deelname door alle deelnemers in groepsverband. De begeleiders faciliteren interactieve werkvormen, die uitnodigen tot gesprekken tussen zwangeren, waar nodig aangevuld door de begeleiders. Het kent een hoge cliënttevredenheid, verbeterde gezondheidsuitkomsten én het vergroot het werkplezier van verloskundigen. 

Stichting Centering 

De stichting CenteringZorg biedt (door de KNOV geaccrediteerde) scholing en intervisie aan en ontwikkelt een vergelijkbaar aanbod in bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg (CenteringOuderschap) en diabeteszorg. 

Opbouw van het nieuwe tarief voor de verloskunde 

In het TNO-onderzoek wordt beschreven dat bij een groepsgrootte van tien zwangeren de verloskundige zelf minder uren prenataal per cliënt inzet, maar dat het totaal aantal uren prenatale zorg voor de zwangere wel toeneemt. De kosten voor deze zorgvorm liggen per saldo hoger door onder andere door scholingskosten, investeringen én de ureninzet van de tweede begeleider. Uit hetzelfde onderzoek blijkt ook dat CenteringZwangerschap op termijn leidt tot een kostenreductie voor de maatschappij als gevolg van een duurzame gezondheidswinst voor de deelnemers. Deze winst ontstaat door een toename van het aantal borst gevoede kinderen en door een daling van het aantal verwijzingen vanwege bloeddrukproblematiek bij zwangeren. Daarnaast is er een trend die wijst op een afname van het aantal rokende zwangeren én minder alcoholgebruik.  

Het aanbieden van interactieve prenatale groepszorg valt onder de zorgverzekeringswet. De vergoeding van de door TNO  berekende extra kosten zal naar verwachting de vorm krijgen van een losse prestatie & tarief, dat kan worden toegevoegd aan de declaratie bij de zorgverzekeraar van de betreffende client.  

Praktijken die dit tot nu toe aanbieden op basis van (gemeentelijke) subsidies wordt geadviseerd om hier zorgvuldig naar te kijken en te heroverwegen hoe dit kan worden omgezet. Op het moment dat er een tarief voor deze kosten is opgenomen in de tariefbeschikking, mag dit niet op een andere wijze vergoed worden. Niet door de gemeente en niet vanuit bijvoorbeeld de aanvullende verzekering. De Zorgverzekeringswet is dan voorliggend en de kosten dienen dan ook daarop gedeclareerd te worden. 

Proces bij de toekenning door de NZA 

Hoe komt zo'n nieuwe prestatie tot stand? Het proces om tot de toekenning van een nieuw tarief te komen, wordt zeer zorgvuldig doorlopen. Kern van een dergelijke aanvraag is de wetenschappelijke onderbouwing van het initiatief. Alleen met een gedegen onderbouwing, waaruit vanzelfsprekend de meerwaarde van de innovatie duidelijk moet blijken, zal de NZA de aanvraag in behandeling nemen. Dergelijke aanvragen worden door de NZA vervolgens voorgelegd aan het zogenoemde ‘Technisch Overleg’, waaraan alle betrokken marktpartijen deelnemen. In het geval van de geboortezorg zitten, naast de KNOV, hier ook in: vertegenwoordigers van de NVOG, Bo Geboortezorg, CPZ, Zorginstituut Nederland, de IGO's, de Patiëntenfederatie, Zorgverzekeraars Nederland, de Federatie VSV en de NZa. Gezamenlijk is het KNOV-voorstel voor het tarief voor CB-IPG de afgelopen maanden in dit overleg meerdere keren geagendeerd, bediscussieerd, gefinetuned en doorgrond. In het meest recente overleg (eind maart) is door de deelnemers groen licht gegeven op het voorstel, zodat de NZA deze aanvraag nu kan voltooien. We verwachten in het voorjaar het definitieve besluit, waarna implementatie per 1 januari 2024 mogelijk gaat zijn. 

Vervolgstap 

Nu de aanvraag is ingediend, zal de vervolgstap zijn dat we vanuit de KNOV aankomende periode in gesprek gaan met ZN over het borgen van kwaliteit van deze zorgvorm en het ontwikkelen van een monitor, zodat we de inzet en voortgang van de Interactieve Prenatale Groepszorg kunnen gaan volgen. Meer informatie hierover zal de komende tijd gaan volgen.