Nieuwsbericht

24 november 2020

Het dossier ‘antenataal CTG in de eerste lijn’ binnen het programma Kwaliteit en Wetenschap heeft de afgelopen drie maanden veel tijd en aandacht gevraagd.

De pilotregio’s in Nederland hebben bewezen dat CTG uitgevoerd door verloskundigen in de eerste lijn een uitstekend voorbeeld is van de ‘juiste zorg op de juiste plek’. Vanuit het oogpunt van kwaliteit en wetenschap zijn de overwegingen voor CTG in de eerste lijn inhoudelijk sterk: een vorm van zorg die doelmatig is, gewaardeerd wordt door vrouwen en waar de continuïteit van zorg niet onnodig verstoord wordt. Door heldere afspraken met elkaar te maken, kunnen we de kwaliteit van zorg borgen op een manier die interprofessioneel leren, reflectie en samenwerking tussen professionals in de geboortezorg stimuleert. De KNOV vindt het belangrijk dat antenataal CTG uitgevoerd door verloskundigen in de eerste lijn voor iedere zwangere mogelijk wordt.

Verzoek Zorginstituut

Al eerder zijn er stappen gezet om ervoor te zorgen dat het verrichten van een CTG door verloskundigen werkzaam in de eerste lijn voor bepaalde indicaties gaat behoren tot het verloskundige arsenaal. Hiervoor werd een verzoek ingediend bij het Zorginstituut. Dit verzoek is eind 2019 afgewezen. Per brief vernamen we van het Zorginstituut de reden waarom CTG (nog) niet behoort tot de zorg die verloskundigen 'plegen te bieden'. Ze adviseerden het maken van landelijke afspraken over vraagstukken zoals onderwijs en bijscholingscompetenties, en het borgen van kwaliteit.

Bijeenkomst

In de zomer was er een bijeenkomst, onder leiding van het Zorginstituut, samen met de NVOG. Tijdens deze bijeenkomst maakte het Zorginstituut duidelijk dat het maken van landelijke afspraken op basis van kwaliteit, voor deze pakketduidingsvraag, in gezamenlijkheid dient te zijn met de NVOG. In een vervolgafspraak met een afvaardiging van de NVOG was er gelegenheid om het KNOV-standpunt over het borgen van kwaliteit van CTG bij verloskundigen in de eerste lijn te delen. Dit standpunt bouwt voort op werk dat eerder door de KNOV verricht is. De pilotregio’s Nijmegen, Zwolle en Amsterdam, en Elise Neppelenbroek en Corine Verhoeven, verloskundige onderzoekers van de studie ‘antenatale CTG in de eerstelijns Verloskundigenpraktijk’ (Verloskundige Wetenschap, Amsterdam UMC), waren hierbij betrokken.

Landelijke afspraken

Ook in de komende weken werken we op het bureau intensief samen om het CTG ook in de eerste lijn in de reguliere vergoeding te krijgen. Sinds kort zijn daarom ook Marloes van der Sande (public affairs) en Job Paulus (SPM Finance) betrokken. We voeren gesprekken met relevante stakeholders zoals het Zorginstituut, Nederlandse Zorgautoriteit, zorgverzekeraars en de NVOG. De KNOV en NVOG streven ernaar om uiterlijk december 2020 tot landelijke afspraken te komen. Deze worden dan vervolgens weer voorgelegd aan het Zorginstituut, want uiteindelijk beslissen zij of CTG in de eerste lijn zorg is die verloskundigen ‘plegen te bieden’. We zijn daarover met hen in overleg. Binnenkort volgt meer informatie hierover.